Bromfiets-kenteken

Sinds 1 januari 2007 zijn een eigen kentekenbewijs en kentekenplaat verplicht voor brommers en snorfietsen. De kentekenregistratie zorgt ervoor dat van alle Nederlandse brom- en snorfietsen de technische gegevens en de persoonsgegevens van de eigenaar zijn vastgelegd.

Het verplichte kenteken maakt het onder meer makkelijker om toezicht te houden op de naleving van de verzekeringsplicht. De wet eist namelijk dat je als eigenaar een bromfietsverzekering afsluit voor je brommer of snorfiets. Onverzekerd rondrijden is strafbaar en kan je op een forse boete komen te staan.

Kentekenplaat

Een bromfiets moet voorzien zijn van één gele retroreflectieve kentekenplaat met zwarte tekens. Als snorfietser moet je rondrijden met één lichtblauwe kentekenplaat met witte tekens. Dit kleurverschil zorgt ervoor dat brom- en snorfiets makkelijk zijn te onderscheiden.

Voor beide typen voertuigen bestaat er een staand model kentekenplaat van 10 bij 17,5 cm en een liggend model van 14,5 bij 12,5 cm. Deze afmetingen zijn zo gekozen dat de plaat in de meeste gevallen op het achterspatbord past.

Kentekenbewijs

Bij de kentekenplaat hoort een kentekenbewijs. Dit is op dezelfde manier samengesteld als het kentekenbewijs voor auto's of motoren.

Het bestaat dus uit een voertuigbewijs (deel IA), waarop de belangrijkste gegevens van de bromfiets staan vermeld; het tenaamstellingsbewijs (deel IB), met informatie over de eigenaar en afgiftedatum van het kenteken; en het overschrijvingsbewijs (deel II).

Rondrijden zonder kenteken(bewijs) is strafbaar. Zorg er bij aankoop van een brom- of snorfiets dus voor dat je het kentekenbewijs erbij krijgt en dat dit op jouw naam wordt gesteld.

Schaf je het voertuig aan bij een erkende handelaar, dan zal hij dit voor je verzorgen. Koop je het van een particulier, dan moet je naar het postkantoor gaan om dit zelf te regelen.

Neem daarbij een geldig legitimatiebewijs, het tenaamstellingsbewijs (deel IB) en het overschrijvingsbewijs (deel II) mee. De kentekenplicht geldt alleen niet voor:

  • Fietsen met trapondersteuning (elektrische fietsen). Kenmerk van deze fietsen is dat je moeten blijven trappen om vooruit te komen. De maximumsnelheid is 25 kilometer per uur.
  • Invalidenwagens (gehandicaptenvoertuigen). Het gaat om specifiek voor invaliden bedoelde voertuigen die niet breder mogen zijn dan 110 centimeter en niet harder mogen rijden dan 45 kilometer per uur.
  • Voertuigen die niet harder kunnen dan 6 kilometer per uur.